In 1919, na de Eerste Wereldoorlog, werd Eendracht Aalst Voetbal Club opgericht, en de ploeg sloot zich aan bij de nationale voetbalbond. In 1923 zou de naam Sport-Club Eendracht Aalst (SC Eendracht Aalst) worden. Na een beginseizoen met enkel vriendschappelijke matchen, begon de club in competitieverband in de toenmalig Oost-Vlaamse tweede afdeling. De komende jaren zou de ploeg opklimmen in de verschillende reeksen. De ploeg speelde aan de Puiteput, de Kappelekensbaan en het stadspark, in 1928 zou men zich aan het huidige terrein aan de Bredestraat vestigen. In 1931/32 promoveerde Eendracht Aalst uit de provinciale reeksen, 4 jaar erna bereikte men de Eerste afdeling (huidige tweede klasse). Die reeks won Aalst in 1938/39, en de ploeg promoveerde zo naar de hoogste nationale afdeling, de Ereafdeling. Tijdens de oorlog was er twee seizoen geen competitie, maar in 1941/42 kon de ploeg eindelijk in de hoogste klasse beginnen, waar ze direct vijfde eindigden. In 1946 stierf Pierre Cornelis, die 16 jaar voorzitter was geweest, naar hem werd het stadion omgedoopt naar Pierre Cornelisstadion. In 1946/47 werd de competitie hervormd, en reduceerde men het aantal ploegen in de hoogste afdeling. Hoewel Eendracht op 2 na laatste was geworden, moest de ploeg toch degraderen naar de Eerste afdeling. Het seizoen 1949/50 was een zwart jaar voor de ploeg. Speler Miel De Buck liep een buikblessure op tegen White Star en overleed daar een maand later aan.
Terugval
Vanaf 1951 mocht de ploeg zich Koninklijke SC Eendracht Aalst noemen, maar sportief gezien ging het minder, en de ploeg degradeerde naar bevordering. In 1952 werden de structuur van de competitiereeksen heringedeeld, en Eendracht Aalst trad aan in de derde klasse. In 1957 promoveerde Aalst weer naar tweede, in 1960 naar de hoogste afdeling. Seizoen 1961/62 was een bewogen seizoen voor de club, in het bijzonder een wedstrijd op 5 november tegen Standard, onder leiding van Arthur Blavier, die 11 seizoen daarvoor al eens 4 Aalstenaars had uitgesloten. Een kwartier voor het einde van de wedstrijd had deze scheidsrechter al 3 spelers van Aalst van het veld gestuurd, waarop een deel van de toeschouwers het terrein bestormden. Nadat bestuursleden en de politie het volk van het veld hadden kunnen verdrijven, moesten 3 spelers forfait geven door een blessure. Er waren maar 5 spelers meer over, en de wedstrijd, waarin het al 0-3 was, diende gestaakt te worden. Verschillende spelers werden een tijd geschorst, en Aalst moest een match achter gesloten deuren spelen. Blavier was publieke vijand nummer 1 en moest onder politiebegeleiding het stadion verlaten (foto). Het team eindigde dat seizoen laatste met 17 punten uit 30 wedstrijden.
De ploeg zou drie decennia lang niet meer in de hoogste afdeling uitkomen, en speelde 17 seizoen in tweede, 11 seizoenen in derde. In 1965 moest de club zelfs in bevordering (vierde klasse) van start, na een omkoopaffaire. In 1976/77 promoveerde Aalst naar tweede klasse met in hun rangen Paul Van Himst, een van de beste Belgische voetballers ooit, die er zijn voetballerscarrière afsloot.>
Glorieperiode
Tijdens de jaren 80 poogde Aalst opnieuw de hoogste klasse te bereiken, maar strandde vaak in de eindronde. In 1990/91 lukte de promotie eindelijk. De ploeg viel echter te licht uit voor het hoogste niveau, en degradeerde onmiddellijk. Twee seizoenen later (1993/94) kon men opnieuw de eerste klasse bereiken onder leiding van debuterend trainer Jan Ceulemans, en enkele klassespelers zoals Godwin Okpara en Gilles DeBilde, die topschutter werd in tweede klasse. In het seizoen 1994/95 bereikte Eendracht de halve finale van de Beker van België, en eindigde het vierde in de competitie, waardoor voor het eerst in de clubgeschiedenis een Europees ticket werd bemachtigd. Gilles De Bilde won de Gouden Schoen, Okpara de Ebbenhouten variant. Het volgende seizoen overleefde men de eerste ronde van de UEFA Cup. Levski Sofia werd uitschakeld, maar Aalst ging eruit tegen Europese topper AS Roma. In de competitie eindigde men 12de. Het was het hoogtepunt van de reeds woelige geschiedenis van de club.Fusieperikelen en Failissement
Wegens een financieel schandaal werd in 1995 voorzitter Goethals vervangen door Gilbert De Jonghe. Begin 2000 waren hij en Patrick Orlans de kop van jut, omdat ze aanstuurden op een fusie met Sporting Lokeren. De supporters protesteerden echter massaal tegen het verkopen van de eigenheid van de club; zo werd de wedstrijd tegen Sint-Truiden afgetrapt voor lege tribunes om te symboliseren hoeveel Aalsterse fans naar een fusieclub zouden komen kijken. De fusieplannen werden opgeborgen en De Jonghe en Orlans verlieten de club. Luc Coppens,jarenlang trouwe sponsor, nam de fakkel over en werd de nieuwe voorzitter. De put die Orlans en De Jonghe hadden gecreëerd bleek niet meer op te vullen en ondanks talloze wanhoopspogingen kondigde de club eind 2001/2002 het failissement aan. Dit betekende het einde van KSC Eendracht Aalst onder de oude naam. In de competitie 2001/02 eindigde de club bovendien voorlaatste, maar door het faillissement moest Eendracht naar Derde Klasse.
De club werd omgedoopt tot VC Eendracht Aalst 2002 en Peter Garré werd de nieuwe voorzitter. Ives Cordier was de enige speler die bleef na het faillissement en was in het eerste jaar na de degradatie de revelatie bij de club. Ook keeperstrainer Niels De Rudder, materiaalmeesters Willy Delclef en Patrick Minnaert en afgevaardigde Odilon De Schrijver bleven hun club trouw. Ex-International Leo Van Der Elst werd trainer en kreeg de opdracht Aalst opnieuw hogerop te krijgen. Hij werd echter in februari van dat seizoen al ontslagen. Aalst haalde dat seizoen de eindronde, en promoveerde na een heroïsche strafschoppenreeks in de finale (8-7) tegen OH Leuven. Den Iendracht leekt meteen aan zijn terugweg naar het hoogste niveau te werken.
Garré brengt club op rand van afgrond
De nieuwe ploeg bleef echter zoeken naar een nieuw elan, en belandde na twee seizoenen tweede weer in de derde klasse. In het seizoen 2005/06 ging het verder bergaf. Bouwpromotor en voorzitter Peter Garré wou fusioneren met AA Gent. Hij beweerde dat Aalst autonoom niet meer leefbaar was en stuurde aan op een fusie met streekclub AA Gent. Net zoals 5 jaar ervoor zorgden de supporters voor het zelfstandig verderbestaan van de club. Nadat Garré ook de staantribune sloot uit besparingen, bezetten de fans de business-seats en lieten ze Garré verstaan dat hij niet langer welkom was op Aalst. De week erna in Torhout werd de voorzitter zelfs de toegang geweigerd tot het stadion door de kwade fans. Onder politiebegeleiding werd hij naar huis begeleid. De supporters planden de week erna een gratis toegang voor alle supporters tot het stadion, maar zover kwam het niet: Peter Garré liet de club over. Geert De Ridder, Steven De Cock en Marc Schots, al jarenlang trouwe supporters, waren de nieuwe reddende engels van Eendracht. Schots werd voorzitter, Geert De Ridder Algemeen Manager en Steven De Cock Financieel directeur. Het kwaad was echter al geschied en Aalst eindigde op een veertiende plaats, waardoor men eindronde moest spelen tegen een vierdeklasser. Aalst ging daarin onderuit tegen RRC Péruwelz en zakte voor het eerst sinds 40 jaar weer naar Bevordering.


